Overwaarde opnemen:
Veelgebruikte termen

Overwaarde, overwaarde opnemen en hypotheken. Ze zijn onvermijdelijk: vaktermen. Dit zijn de belangrijkste begrippen nader toegelicht. 

Het overwaarde alfabet

Vaktermen ze zijn onvermijdelijk, maar kunnen enorm irritant zijn. Ook wanneer het overwaarde betreft ontkomen we er af en toe niet aan om vaktermen te gebruiken. Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn hebben we daarom voor u de belangrijkste begrippen toegelicht.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

Afsluitkosten –  De totale kosten die gemaakt worden voor het verkrijgen van een hypotheek.

Aflossingsvrije hypotheek – Een hypotheek waarbij alleen de rente wordt betaald en er geen aflossing plaatsvindt op de hoofdsom.

 

B

Boete rente – Een boete die betaald moet worden wanneer de hypotheek eerder dan afgesproken wordt afgelost of wordt overgesloten. 

Bureau Krediet Registratie (BKR) – Het BKR registreert kredieten zoals een persoonlijke lening en afbetalingsregelingen. Ook registreert het betalingsachterstanden van leningen. Sluit u een lening af van minimaal 250 euro, dan is de kredietverstrekker verplicht dit door te geven aan Stichting BKR.

E

Effectieve rente – De effectieve rente is het maandelijkse rentepercentage dat u daadwerkelijk over uw hypotheeksom betaalt. Bij de effectieve rente zijn de extra kosten (zoals de afsluitprovisie) meeberekend, alsook het tijdstip waarop betaald wordt. Hierdoor kan de effectieve rente verschillen van de nominale rente.

Erfenis – De erfenis bevat alles wat er bij overlijden van iemand (de erflater) aan goederen en schulden aanwezig is. Een andere, veelgebruikte term voor erfenis is nalatenschap.

Executiewaarde – Het bedrag (de waarde) van een woning dat deze woning bij gedwongen verkoop naar verwachting zal opbrengen. De executiewaarde wordt vastgesteld middels een taxatie. Deze waarde ligt normaliter lager dan de nieuwwaarde van de woning. 

Extra aflossing – Er wordt gesproken over een extra aflossing wanneer er meer wordt aflost dan er aanvankelijk is afgesproken. Een extra aflossing staat ook bekend vervroegde of versnelde aflossing. Hoeveel u extra kunt aflossen is afhankelijk van de voorwaarden van de afgesloten hypotheek.

H

Hypotheek – Een hypothecaire lening, hypothecair krediet of lening met hypothecaire zekerheid zijn termen die men doorgaans een hypotheek noemt. Het is een geldlening waarbij een registergoed, zoals een huis, als onderpand dient.

Hypotheekgever – Een persoon of instantie die een hypotheek (eerste recht van verkoop) verstrekt aan de hypotheeknemer. Tegenover het verstrekken van de hypotheek staat dat de hypotheekgever geld uitgeleend krijgt.

Hypotheeknemer – Een geldverstrekker, bijvoorbeeld een bank, die geld uitleent aan een hypotheekgever, bijvoorbeeld een koper van een huis. Tegenover deze geldverstrekking staat dat de hypotheeknemer een hypotheek (eerste recht van verkoop) neemt op het onderpand. De hypotheeknemer is vervolgens hypotheekhouder.

Hypotheek akte – Het officiële contract behorende bij een hypothecaire lening en opgesteld door een notaris.

I

Inkomenstoets – Een berekening, uitgevoerd door de geldverstrekker, waarbij wordt gekeken hoeveel u uw op basis van uw inkomen kunt lenen.

K

Kadaster – Een berekening, uitgevoerd door de geldverstrekker, waarbij wordt gekeken hoeveel u uw op basis van uw inkomen kan lenen.

M

Maximale hypotheek – Het bedrag wat u, gebaseerd op een berekening uitgevoerd door de geldverstrekker, maximaal kunt lenen.

N

Notariskosten – De totale kosten die u moet betalen aan de notaris.

Nominale rente –  Het rentepercentage dat uitgekeerd wordt zonder rekening te houden met tijd.

O

Onroerende Zaak Belasting (OZB) – De OZB is in Nederland een belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

Opstalverzekering – Een verzekering die schade aan de opstal dekt. Een groot aantal mogelijke schadeoorzaken is verzekerd. Een opstalverzekering is een schadeverzekering en wordt ingedeeld onder de brandverzekeringen.

Overwaarde – Overwaarde noemt men het verschil tussen de marktwaarde van een onroerend goed (bijvoorbeeld een woning) en de hoogte van de hypotheek waarmee het is belast.

Oversluiten – De hypotheek oversluiten naar een andere aanbieder kan voordeel opleveren wanneer de actuele hypotheekrente lager is dan de rente die wordt betaald voor de hypotheek. Als de hypotheek eerder wordt overgesloten dan het einde van de rentevaste periode, dan brengt de bank een boete rente in rekening.

P

Passeren – Het passeren van een hypotheekakte volgt naast de leveringsakte wanneer er sprake is van een hypothecaire lening. 
De woning zal als onderpand gelden. Bij het ondertekenen van een hypotheekakte geeft de koper van de woning hypotheek aan de geldverstrekker. Zowel de koper, de geldverstrekker als de notaris ondertekenen de akte. In ruil voor een hypotheekakte is de geldverstrekker bereid om een geldlening te verstrekken. De hypotheekakte wordt in het hypotheekregister van het Kadaster geadministreerd.

R

Rentevaste periode – De periode waarin de rente voor de hypotheekgever gelijk blijft. Deze periode wordt voor het aangaan van de hypothecaire lening afgesproken. Doorgaans is het zo dat hoe langer de rentevaste periode is, hoe hoger het rentepercentage bedraagt dat de hypotheekgever moet betalen.

T

Taxatie – Een inschatting van de waarde van de woning door een (onafhankelijk) taxateur.

 

W

Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ)  – Dit is de waarde van uw woning en wordt ieder jaar vastgesteld door de gemeente.

Meer weten?

Onze adviseurs geven u informatie over de markt en kunnen u helpen om de verschillende opties die er zijn goed te overwegen en af te wegen. Neem vrijblijvend contact met ons op.  

Ontdek hoeveel overwaarde u kunt vrijmaken.

Plan vrijblijvend een afspraak in met een van onze adviseurs.

Ontvang ons gratis magazine en ontdek wat bij u past.

Hipotek, wij zijn er voor u.

Chat met Hipotek
1
Goede dag 👋
Klik op "Chat met Hipotek" en u kunt direct met ons chatten.